Interview

Onlangs nam Qreative Minds een interview met me af over mijn debuut “De Bergbouwers van Metis Bidenk”. Dus ben je benieuwd wat er allemaal achter dit boek steekt? Lees het hier.


Olivier Sted, de schrijver van “De Bergbouwers van Metis Bidenk”, is iemand die moeilijk nee kan zeggen. Ook vindt hij het moeilijk om vragen met een volmondig ja te beantwoorden. Dit komt doordat Patrick Bauwens, de persoon die achter dit pseudoniem schuilgaat, een denker is. Hij relativeert, vergelijkt en is zich er ten volste van bewust dat er vele gradaties tussen zwart en wit bestaan. Gelukkig maar. Verhalen zouden maar saai worden als de schurk alleen maar slecht is en de held geen zwakheden kent. En ook is het fijn om tijdens de climax van een verhaal vragen zoals: ‘Dus dit is het? We gaan er allemaal aan?’ te kunnen beantwoorden met: ‘Ja, behalve als het ons lukt om in een zeer korte tijd nog een leger bij elkaar te krijgen bestaande uit spionnen, mijnbouwers en een elitecorps van gemechaniseerde krijgers’.

Toen Patrick zes jaar geleden als 36-jarige bouwkundig softwareontwikkelaar aan Bergbouwers begon, stond hij er nog niet bij stil hoeveel persoonlijke ervaringen er in een boek kunnen sluipen, hoe fictief het verhaal ook is. Patrick heeft inderdaad hamsters als huisdier gehad, (beestjes die overigens best schattig zijn, al hebben ze wel hele scherpe tandjes,) hij kijkt met veel plezier terug naar de jaren tachtig en hij vond het maar wat leuk dat die brug nu eens niet constructief verantwoord overeind hoefde te blijven staan, maar dat het spectaculair in elkaar mocht donderen.

Onlangs is “De Bergbouwers van Metis Bidenk” uitgekomen. Kun je in je eigen woorden vertellen waar het boek over gaat?

Bergbouwers speelt zich af op de fictieve planeet waar Metis Bidenk een van de belangrijkste steden is. Wat begint als het verhaal over de strijd tussen mens en dier mondt uit in de zoektocht van de bevolking naar hoe ze hun planeet, waar bergen een unicum zijn, naar hun hand kunnen zetten. Dit brengt de nodige problemen met zich mee, want met het omvormen van het landschap rondom Metis Bidenk en de daarbij behorende bijwerkingen (aardbevingen!) maakt het Albino-ras van bergbouwers zich niet bepaald geliefd bij de rest van de bevolking. Toch vertelt Dora haar vriend Kay, een van de bergbouwers, dat ze een Wolfachtige is, terwijl ze dondersgoed weet dat dit hun relatie alleen maar problematischer maakt.
En ondertussen blijft het gissen naar wat de eigenlijke beweegreden van het dierenrijk was om de aanval op de steden te openen. Proberen ze op een onconventionele manier de bevolking van de Natie in een bepaalde richting te leiden? Of wachten ze enkel op het juiste moment om de mensheid alsnog de genadeslag toe te brengen?

Het boek wordt vanuit verschillende personages beschreven. Vanuit wiens ogen schreef je het liefst? En vanuit wie het minst graag?

Het is misschien een beetje rottig om te zeggen, maar juist doordat Dora de tragische heldin is, vond ik het schrijven van haar belevenissen het interessantst. Ze moet altijd al onbewust geweten hebben dat ze de gave had zich in een wolvin te veranderen en volgens mij heeft ze ook allang in de gaten welk lot ik voor haar in petto heb en weet ze dat ze eigenlijk niets anders kan doen dan hierin berusten.
Maar ook de brainstormsessies van de Wetenschappers waren een lust om te schrijven. De ongecontroleerde anarchie waarmee deze door de Raad opgezette werkgroep zich vastbijt in elk probleem is een traktatie voor elke schrijver. Je weet nooit met welke krankzinnige oplossingen ze nu weer op de proppen komen.

En ik neem aan dat die tweede vraag een strikvraag is, niet? Want als het schrijven vanuit een bepaald karakter me niet ligt, dan zullen mijn lezers zo’n scene ook nooit met plezier lezen. Nee, zelfs de scene met de jager, welke tijdens het redactietraject is gesneuveld, heb ik met plezier geschreven. Het was het kleine stukje horror dat Bergbouwers bevatte.

Wat is het belangrijkste thema dat in dit boek naar voren komt?

Bergbouwers gaat over hoe de bewoners van een planeet met elkaar samenleven. Tussen hen heerst soms wantrouwen, afgunst, welke soms uitmondt in haat, maar ze weten ook dat ze tot elkaar veroordeeld zijn. De planeet verlaten is immers geen optie, want Bergbouwers is geen science fiction-verhaal. Het enige wat ze kunnen doen is met elkaar er het beste van maken en te leren leven met het compulsieve gegraaf van de Albino’s, de eigenzinnige manier waarop de Raad de Natie bestuurt, het vreemde gedrag van het dierenrijk en de nukken van de planeet zelf.

Wat vind jij het origineelst aan jouw boek?

Ik was heel blij dat in de mail die uitgeverij Zilverbron me stuurde stond dat ze het manuscript dat ik ze had toegestuurd een heerlijk origineel verhaal vonden, maar ik was ook verrast toen bleek dat Bergbouwers rond de tijd van verschijnen een aantal actuele thema’s bleek te bevatten. De interactie tussen de mens en zijn natuurlijke omgeving staat tegenwoordig midden in de belangstelling, net als de aardbevingen, een onderwerp dat enkel (echt waar) in Bergbouwers terecht is gekomen omdat het een logisch gevolg was op wat zich in het verhaal afspeelt. En toen ik bij een van mijn proeflezers op bezoek was om de eerste versie van mijn manuscript te bespreken, zag ik bij haar op tafel een magazine liggen. Het lag open op een artikel dat de plannen beschreef om de geplande afvalstortplaats in de Flevopolder zo hoog te maken, dat er skipistes op gebouwd konden worden. In feite dus bergen gemaakt door mensenhanden, net als in Bergbouwers. Ik vroeg haar of ze het magazine expres op die pagina had opengelegd. Ze had het artikel nog niet eens opgemerkt.

Hoe zagen de voorbereidingen van het verhaal eruit?

Ik schreef de eerste ideeën voor Bergbouwers op in de Kerstvakantie van 2010. Nu ben ik iemand die heel gemakkelijk verhaallijnen terug oppakt, een handjevol minuten zijn voor mij voldoende om aan een bestaand verhaal verder te schrijven, maar een hele week om ongestoord een boek op poten te zetten bleek wel zo prettig. Naast het noteren van de eerste verhaallijnen ging ik op zoek naar informatie over de verschillende onderwerpen die een rol in het verhaal speelden. Ik beperkte me hierbij niet tot Wikipedia en andere websites, maar trok de Winkler Prins uit de kast, bracht sinds lang weer eens een bezoekje aan de bibliotheek en ontdekte dat ze daar tegenwoordig behoorlijk gezellige zithoekjes hebben en goede koffie schenken. Ik ben een plotter, dus zette ik, voordat ik met het daadwerkelijke schrijven begon, alle ideeën op kaartjes, zodat ik alle scenes eerst op de juiste volgorde kon zetten.
Tijdens het uitschrijven van deze eerste versie, welke in het uiteindelijke boek het deel “Stormloop” zou worden, viel de lengte een beetje tegen. Gelukkig hadden het schrijf- en documentatieproces voor zoveel extra inspiratie gezorgd, dat ik hier de vervolgdelen “Kurt” en “De Raad” mee kon maken. En toen ik vervolgens “Kurt” aan het uitschrijven was, besefte ik dat na het eerste Bergbouwers-boek nog meer stond te gebeuren en toen ik “De Raad” af had wist ik ook hoe boek drie zou gaan eindigen. Dat is het verslavende aan schrijven: je start met één idee en als het manuscript af is, liggen er minimaal twee andere verhalen die schreeuwen om opgepakt te worden.

Wat is voor jou het grootste obstakel tijdens het schrijfproces?

Zoals hierboven al blijkt is mijn grootste obstakel niet het tekort, maar het teveel aan ideeën. Je zult niet geloven waar ik soms inspiratie vandaan haal. Zelfs verkeerd opgevangen uitspraken van collega’s op mijn werk zijn een voedingsbodem voor nieuwe verhalen. Ze adviseren amateur-schrijvers dan wel om “not to quit your day job”, maar ik ben dat ook helemaal niet van plan. Ik zou een hoop inspiratie mislopen.
Ondanks de overvloed aan ideeën houd ik mijn verhalen het liefst zo to the point mogelijk. Iedere gebeurtenis, elk voorwerp en elk personage moeten een functie hebben. Het is dus de zaak om uit die verzameling de ideeën te vissen die in dienst staat van het verhaal. Dat kan een hele puzzel zijn, maar wel één die, als het allemaal naadloos in elkaar grijpt, me een hoop voldoening geeft.

Tot slot zijn wij benieuwd of je nog tips hebt voor beginnende schrijvers. Aan welke tip heb jij veel gehad?

Aan iedereen die een boek wil schrijven wil ik graag het volgende driedelige en ultrakorte advies meegeven:

  • Schrijf!
  • Schrijf verder!
  • Herschrijf!

Begin met schrijven. Stel het niet uit vanwege onzinnige redenen zoals “geen inspiratie”, “niet genoeg tijd” of “mijn hond moet de afwas nog uitlaten”. En als je die eerste schijfsessie achter de rug hebt, pak dan ook de volgende dag het verhaal er weer bij en ga verder. Maak je geen zorgen over zinnen die niet helemaal lekker lopen of dat er tegenstrijdigheden in het verhaal lijken te zitten. Bedenk dat dit nog maar de eerste versie is. Schrijf je verhaal af en herlees het daarna. Pas op het moment dat je het een keer helemaal uitgeschreven hebt, kun je weten waar je verhaal écht over gaat. Dit kan heel iets anders zijn dan het thema dat je eerst in gedachten had. Schrijf het verhaal vervolgens opnieuw uit, zodat ook de rest van het manuscript aansluit op het thema.
Toen ik de eerste versie van Bergbouwers onder handen aan het nemen was, hoorde ik over NaNoWriMo, het evenement waarbij over de hele wereld mensen in een maand (November) een complete novelle van minimaal 50.000 woorden schrijven. Ik zat midden in een zoveelste documentatieronde, wilde alle ideeën nog een keer netjes uitschrijven en herordenen, maar dacht toen: Fuck it. Als ik nu niet begin, dan ben ik volgend jaar nog steeds aan het documenteren. Op een gegeven moment heb je genoeg informatie en moet je gewoon beginnen. Een verhaal ontstaat pas als je het schrijft.


Bestel “De Bergbouwers van Metis Bidenk”